
Op 4 juni organiseerde Towards Sustainability zijn derde themadag in Brussel over Defensie en Duurzaam Beleggen. Deze evenementen maken deel uit van de stakeholderconsultaties van het label en hebben tot doel een dialoog aan te gaan over specifieke duurzaamheidskwesties met vertegenwoordigers van het middenveld, vermogensbeheerders, denktanks, academici en beleidsmakers. Het panel bestond uit Marnix Arickx - CEO België, BNP Paribas Asset Management, Diederik Cops - Senior Onderzoeker, Vlaams Vredesinstituut (Flemish Peace Institute), Pablo Fernandez-Cras - Policy Officer Defence Industrial Investments, DG DEFIS (Europese Commissie), Jan Pie - Secretaris-generaal, Aerospace, Security and Defence Industries Association of Europe (ASD), Wim Van Hyfte, Ph.D. - Global Head of ESG Investments & Research, CANDRIAM, en Jürgen Verschaeve - CIO, KBC Asset Management. Het gesprek werd gemodereerd door Christel Dumas, Professor Duurzame Financiering aan de ICHEC Brussels Management School en Bestuurslid, Towards Sustainability. Let op: de standpunten die tijdens het debat werden geuit, weerspiegelen niet noodzakelijk de mening van Towards Sustainability, noch een engagement tot acties of beslissingen in welke richting dan ook. U kunt hier lezen Het standpunt van Towards Sustainability over dit onderwerp dat op 23 juni werd gepubliceerd.
Niet zo lang geleden zou het idee dat defensie deel kon uitmaken van een duurzame beleggingsstrategie hardop zijn uitgelachen. ESG-fondsen bleven ver weg van militaire technologie, controversiële wapens en alles wat ook maar zijdelings met oorlogsvoering te maken had. Maar de Russische invasie van Oekraïne heeft de spelregels veranderd. Defensie staat weer bovenaan de Europese agenda, en de ongemakkelijke vraag ligt nu onomwonden op tafel: heeft de defensiesector een plaats in duurzame beleggingsportefeuilles — en kan dat wel?
Balanceren op de grens: defensie en de ethiek van ESG
Voor veel ESG-fondsbeheerders blijft defensie een rode lijn.
“Ik zie geen enkele plaats voor defensie in duurzame portefeuilles,” zegt Wim Van Hyfte, Global Head of ESG Investments bij CANDRIAM. “De sector mist transparantie, de governance- en reputatierisico's zijn veel te hoog. Bovendien, als je het principe van ‘geen ernstige afbreuk doen’ aanhangt dat verankerd is in verschillende stukken EU-wetgeving inzake duurzame financiering, zoals de EU-Taxonomie en de SFDR-verordening, dan houdt dit gewoon geen steek.”
Diederik Cops van het Vlaams Vredesinstituut waarschuwt ervoor het kind niet met het badwater weg te gooien. “Duurzaamheid is geen label, het is een werkwoord. Het feit dat een overheid zegt dat defensie duurzaam is, maakt het nog niet zo.” Hij pleit voor een volledige analyse van de waardeketen: “Waar worden de wapens geproduceerd? Voor wie zijn ze bestemd? En hoe worden ze gebruikt?”
Ook bij KBC Asset Management is er voorzichtigheid, al is het beeld verre van zwart-wit.
“Uit onze bevragingen blijkt dat 40% van de particuliere beleggers openstaat voor defensie, 10% er resoluut tegen is, en de rest onbeslist is,” zegt Jürgen Verschaeve. “Dat zegt veel over hoe gevoelig dit thema ligt.”
Er klinkt een groeiende roep om nuance.
“Wij geloven niet in veralgemeende uitsluitingen,” zegt Marnix Arickx van BNP Paribas Asset Management. “Defensie kan een noodzakelijke voorwaarde zijn voor vrede en stabiliteit. Maar we hebben nood aan een duidelijk kader van normen. Controversiële wapens zijn uitgesloten, maar de hele sector uitsluiten gaat een stap te ver.”
Feiten onder ogen zien: markten, risico en kapitaal
Zelfs zij die de strategische noodzaak van defensie aanvaarden, botsen op een lastig praktisch probleem: hoe financier je dit binnen de huidige ESG-regels?
Pablo Fernandez-Cras van het directoraat-generaal Defensie-industrie en Ruimtevaart van de Europese Commissie zegt het onomwonden: “We lopen een inhaalbeweging na drie decennia van onderinvestering in onze eigen defensie. Hadden we sinds 2003 consequent 2% van het bbp aan defensie-uitgaven besteed, dan had de EU-27 een extra 400 miljard euro geïnvesteerd in defensiematerieel (in constante prijzen). En deze berekeningen werden gemaakt voordat de VS een toenemende bereidheid toonden om zich terug te trekken uit de veiligheid van Europa.” Zijn boodschap is duidelijk: de Commissie dringt aan op een eenmalige, generatielange uitgavenpiek in defensie om de vrede in Europa actief veilig te stellen — en terwijl overheden hun engagementen opdrijven, moeten we ook privékapitaal aan boord halen om de uitdaging het hoofd te bieden.
Maar het geld stroomt niet bepaald binnen.
“Veel bedrijven vragen zelfs geen financiering aan, omdat ze ervan uitgaan dat ze toch geweigerd zullen worden,” zegt Arickx. “Daar gaat het niet om. We zouden ze niet opnemen omdat ze het geld nodig hebben, maar omdat ze nodig zijn voor een duurzame samenleving.”
Van Hyfte reageert kritisch: "Ik kan me moeilijk voorstellen dat ESG-fondsen de voornaamste oorzaak zijn van een eventueel financieringstekort. Defensie heeft de markt voor duurzame beleggingen niet nodig om zich te ontwikkelen - er is elders al voldoende kapitaal beschikbaar."
Jan Pie, secretaris-generaal van ASD (AeroSpace and Defence Industries Association of Europe), bekijkt de kwestie vanuit een breder perspectief:
“Eén kmo kreeg een lening geweigerd, enkel en alleen omdat ze onderdelen leverde aan de defensiesector. Een bedrijf met dual-usetoepassingen breidde niet uit, uit vrees zijn reputatie bij klanten te schaden.” Volgens hem is het ecosysteem veel groter dan de meeste mensen denken — met duizenden leveranciers die feitelijk in de kou blijven staan.
“Duurzame fondsen zijn niet het enige probleem,” geeft hij toe. “Maar ze zenden wel een krachtig signaal uit dat de defensiesector op de een of andere manier illegitiem zou zijn.”
Verschaeve ziet een vicieuze cirkel: "De sector is niet populair en heeft ondermaats gepresteerd. Maar dat is grotendeels het gevolg van jarenlange verwaarlozing. Je kan het niet vergelijken met de VS, waar defensie veel steviger verweven is met de economie."
De rol van beleid: correctie of signaal?
De Europese Commissie erkent de impasse — en probeert die aan te pakken.
“We kunnen vrede niet langer als vanzelfsprekend beschouwen,” zegt Fernandez-Cras. “We moeten ze opbouwen, en in het licht van de Russische agressie betekent dat het opbouwen van onze afschrikkingscapaciteit.” Brussel werkt momenteel aan duidelijkere richtsnoeren over hoe investeringen in de defensiesector kunnen worden afgestemd op het EU-kader voor duurzame financiering, onder meer via een Defence Readiness Omnibus-pakket [voorgesteld op 17 juni, na dit paneldebat].
DG DEFIS ondersteunt ook defensiestartups en biedt aan om de private sector te begeleiden bij het de-risken van investeringen in de defensiesector via het EU Defence Innovation Scheme en de Defence Equity Facility, een fund-of-funds-constructie waarbij investeringen worden onderworpen aan due diligence via het European Investment Fund.
Toch blijven ESG-kaders rigide.
“In andere delen van de wereld wordt defensie vanzelfsprekend als onderdeel van ESG beschouwd,” zegt Pie. “Enkel in Europa sluiten banken en beleggers de sector volledig uit. Het signaal dat ESG hier uitstuurt, is te sterk geworden – te onverbiddelijk.”
Hij pleit voor een herbezinning.
“De defensiesector wil transparant zijn. Wij verwelkomen ESG-normen. Maar er zijn grenzen — bepaalde informatie kan gewoon niet openbaar worden gemaakt om redenen van nationale veiligheid. Dit is niet zomaar een sector. Ze is uitzonderlijk, en moet ook als dusdanig behandeld worden.”
Verschaeve wijst ook op de rol van het publieke sentiment.
“Particuliere beleggers willen duidelijke antwoorden: fossiele brandstoffen — ja of nee? Wapens — ja of nee? Dat wist alle nuance uit, maar het maakt de zaken wel eenvoudiger. Uitsluitingen zijn de kortste weg naar transparantie.”
Tijd voor volwassen keuzes en standaarden op maat
Het debat rond defensie en duurzaamheid laat zich niet vatten in zwart-wit. De oorlog in Oekraïne heeft pijnlijk blootgelegd hoe nauw veiligheid en duurzaamheid met elkaar verweven zijn. De vraag is of ze in eenduidige standaarden kunnen worden gevat. Maar dat mag geen belemmering vormen voor het maken van doordachte keuzes.
Zoals Arickx het verwoordt:
“Een gram CO₂ is eenvoudig te meten. De rest van ESG is voor interpretatie vatbaar. En dat is prima – zolang we bereid zijn een beslissing te nemen en er een duidelijk regelgevend kader is.”