De kwaliteitsnorm

De kwaliteitsnorm voor duurzame en maatschappelijk verantwoorde financiële producten werd gepubliceerd op 7 februari 2019.

De norm werd ontwikkeld op initiatief van Febelfin en in overleg met een diverse groep belanghebbenden uit de financiële sector en de burgersamenleving.

Doelstelling

Het doel van de kwaliteitsnorm is om het niveau van de maatschappelijk verantwoorde en duurzame financiële producten op te trekken op zowel kwalitatief als kwantitatief vlak en te zorgen dat die beginselen ook gangbaar worden in de traditionele financiële producten.

Maatschappelijk verantwoorde en duurzame financiële producten vormen op dit moment eerder een nichemarkt. Maatschappelijk verantwoorde beleggingsproducten (SRI’s) hebben een marktaandeel van 5 à 10% (afhankelijk van de gebruikte reikwijdte en definitie), terwijl maatschappelijk verantwoorde spaarproducten ongeveer 1% uitmaken van de volledige spaarmarkt.

Het is duidelijk dat de integratie van duurzaamheidsoverwegingen (ESG), om een impact te hebben op de overgang naar een duurzame economie en maatschappij, ook buiten die niche moet gebeuren en de traditionele financiële producten en diensten moet bereiken.

Die evolutie is al aan de gang: steeds meer financiële instellingen implementeren op groepsniveau ESG-beleidslijnen die van toepassing zijn op al hun krediet- en beleggingsbeslissingen. Andere belangrijke ontwikkelingen zijn de door de sector geleide taskforce met betrekking tot klimaatgerelateerde financiële openbaarmakingen die werd opgezet door de Raad voor Financiële Stabiliteit, het werk van de expertengroep rond duurzame financiën die werd opgericht door de Europese Commissie, het actieplan voor duurzame financiering van de Europese Commissie (bv. een taxonomie en regelgeving voor openbaarmaking) en regelgeving met betrekking tot niet-financiële verslaggeving (richtlijn over niet-financiële verslaggeving 2014/95/EU, IORP 2, SRD 2, Art. 173 in Frankrijk enz.).

Aanpak

De maatstaf voor deze kwaliteitsnorm bestaat uit de behoeften van de maatschappij en de verwachtingen van een snelgroeiende groep spaarders en beleggers met een bijzondere belangstelling in de verantwoorde en duurzame aard van hun spaargeld en beleggingen.

Klanten moeten kunnen vertrouwen op de veronderstelling dat het geld dat ze in een ‘maatschappelijk verantwoord’ financieel product stoppen niet zal worden gebruikt om activiteiten en praktijken te financieren die algemeen gezien worden als ‘onduurzaam’ en in meer of mindere mate zal worden gebruikt om activiteiten te financieren die een positieve bijdrage aan de maatschappij leveren.

Met dat als doel moet de kwaliteitsnorm de financiering uitsluiten van een beperkt aantal praktijken die algemeen als onduurzaam worden beschouwd. De focus ligt echter op transparantie en de aanlevering van relevante en nuttige informatie die potentiële klanten kunnen gebruiken om te bepalen of het beleid van een specifiek product overeenstemt met hun persoonlijke overtuigingen.

De kwaliteitsnorm bepaalt een set vereisten op portfolio- en procesniveau waaraan een financieel product minimaal moet voldoen om het label te krijgen. Verdelers en productmanagers wordt echter sterk aangeraden om hun eigen aanpak en doelstellingen met betrekking tot duurzaamheid te formuleren die verder reiken dan de minimumvereisten in de norm.

De norm beweert niet te definiëren of bepalen wat een ‘duurzaam’ financieel product precies is, want dat zou de evolutieve en ambitieuze aard van duurzaamheid tekortdoen. Het naleven van de beginselen van de norm moet eerder worden geïnterpreteerd als een teken dat een product op het juiste pad zit naar duurzaamheid. De vooruitgang die op dat traject wordt gemaakt en dus ook de duurzaamheidsgraad zal verschillen van product tot product, naargelang hun strategie en ambitieniveau. De norm naleven betekent echter dat een manager zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid opneemt door bij zijn beslissingen specifiek en onderbouwd aandacht te besteden aan maatschappelijke, milieugerelateerde en bestuurskwesties waardoor ook de financiële resultaten op lange termijn worden verzekerd.

Praktische implementatie

De kwaliteitsnorm bepaalt niet hoe in de praktijk aan de vereisten moet worden voldaan: dat wordt overgelaten aan de deskundigheid van de productmanager. De productmanager moet naar zijn beste vermogen de interne organisatie, processen en middelen implementeren die hij noodzakelijk acht om te kunnen voldoen aan de vereisten. Op basis van zijn beste beoordeling en deskundigheid moet hij de geschiktste instrumenten, gegevensverstrekkers, uitsluitingslijsten van derden enz. selecteren. Dat kan in sommige gevallen leiden tot uiteenlopende interpretaties door verschillende productmanagers over de geschiktheid van een specifieke onderneming. Dat hoeft echter niet problematisch te zijn als de manager verantwoording verschaft en open en transparant is over zijn besluitvormingsproces.

Verantwoording verschaffen is cruciaal. Het is de bereidheid om een verklaring of rechtvaardiging te verschaffen aan de belanghebbenden over de eigen oordelen, bedoelingen en acties. Het is de bereidwilligheid om de eigen acties te laten beoordelen door anderen en waar toepasselijk de verantwoordelijkheid op te nemen voor fouten of verkeerde beoordelingen en de erkenning voor bekwaamheid, plichtsgetrouwheid en uitmuntendheid. Het hangt samen met de gevoeligheid voor de perspectieven van alle belanghebbenden, inclusief de bereidheid acties of beslissingen te verklaren, verdedigen en rechtvaardigen.

De kwaliteitsnorm berust op een aanpak op basis van beginselen. Er worden belangrijke eigenschappen en elementen geformuleerd die cruciaal zijn voor een geloofwaardig maatschappelijk verantwoord product. Die beginselen worden aangevuld met implementatierichtlijnen die specificeren hoe de beginselen moeten worden geïnterpreteerd en advies bieden voor de implementatie in specifieke portfolio’s, waarbij steeds in gedachten wordt gehouden dat de beleggers verwachten dat het geld dat ze beleggen in maatschappelijk verantwoorde financiële producten niet naar onduurzame activiteiten gaat of die ten gunste komt.

De norm biedt een combinatie van exclusie, impact, engagement, transparantie en verantwoording. Het evenwicht van die elementen en de specifieke vereisten die ermee gepaard gaan, zal evolueren en in de loop van de tijd worden aangepast om de veranderende verwachtingen van beleggers en de behoeften van de maatschappij en de vertaling van die behoeften en verwachtingen in de wetgeving, te weerspiegelen. De kwaliteitsnorm is dus niet statisch en zal regelmatig worden beoordeeld in een context met meerdere belanghebbenden om de relevantie ervan voor de maatschappij te verzekeren.

Herziening

Een kwaliteitsnorm met betrekking tot duurzaamheid is van nature dynamisch en evolutief. Dat betekent dat hij regelmatig zal moeten worden herzien.

De eerste herziening is gepland voor 2020 en moet de kwaliteitsnorm precies afstemmen en upgraden en daarbij onder meer rekening houden met:

  • de evolutie van de behoeften van de maatschappij en de verwachtingen van de klant;
  • de implementatie van het actieplan voor duurzame financiering van de EU en specifiek het classificatiesysteem voor duurzame economische activiteiten (taxonomie) van de EU wat betreft milieugerelateerde en in het bijzonder klimaatgerelateerde indicatoren;
  • nieuw academisch onderzoek en de toegenomen beschikbaarheid van consistente, eenvormige en kwalitatieve gegevens over specifieke criteria;
  • marktomstandigheden met betrekking tot het segment van de maatschappelijk verantwoorde en duurzame financiële producten.

De tekst van de kwaliteitsnorm

De volledige tekst van de kwaliteitsnorm inclusief alle gedetailleerde criteria kan hier worden geraadpleegd.